Burgerinitiatieven

In Nederland is een belangrijke evolutie bezig waarbij bewoners dingen meer naar zichzelf toe trekken zowel in de zorg, energie of ruimtelijke ordening.

Succes van coöperatieve bewegingen

Tot 10 jaar geleden waren er in Nederland amper coöperatieve bewegingen in zorg en welzijn. Dat zijn er ondertussen meer dan 150. Overal zijn zorgcoöperaties opgericht vanwege de terugtredende overheid. Mensen in buurten en wijken vonden dat ze de zorg moesten regelen voor elkaar en voor hun oude kwetsbare inwoners die het niet zelf kunnen. Ze zetten coöperaties op om met en voor elkaar te zorgen. Die waren zo succesvol dat ze door de gemeente werden benaderd. De coöperaties deden hun gemeente het voorstel: ‘Zouden wij niet voor jullie de uitvoerder van een deel van de zorgtaken kunnen worden?’ Dat gaat zo ver, dat er intussen zorgcoöperaties zijn die niet alleen verplegenden in dienst hebben, maar ook namens de gemeente de hele zorg in de gemeente regelen.

Austerlitz zorgt

Austerlitz zorgt (www.austerlitzzorgt.nl) is een goed voorbeeld van een sterke zorgcoöperatie in Nederland. Jan Smelik, bestuurslid van de organisatie, lichtte haar werking toe tijdens het studiebezoek aan Nederland (ontdek hier zijn presentatie).

Austerlitz is een klein dorp waar geen zorginstellingen zijn. Inwoners van het dorp hebben in 2013 een zorgcoöperatie opgericht om ervoor te zorgen dat mensen die in het dorp willen blijven wonen, dat ook kunnen blijven doen.

De medewerker dorspondersteuning van de coöperatie is een beroepskracht die alle vragen op het vlak van zorg, welzijn en ondersteuning van wie dan ook in het dorp beantwoordt. Deze werkt samen met de thuiszorg en met de gemeente.

Vrijwilligersdiensten

Austerlitz zorgt heeft verschillende vrijwilligersdiensten. ‘Austerlitz Rijdt’ is de vervoersdienst. Iedereen die ergens naartoe moet en zelf geen vervoer meer kan regelen. Daarnaast is er een klusjesdienst: ‘Austerlitz klust’. Er is ‘Austerlitz beweegt’ voor ouderen en ‘Austerlitz online’ dat alle ouderen een cursus heeft aangeboden om met de iPad te kunnen werken.

Succes van Austerlitz zorg

‘Austerlitz eet’ heeft 500 etentjes op jaarbasis, ‘Austerlitz rijdt’ ongeveer 500 ritten per jaar, … Met slechts 1500 inwoners in Austerlitz wordt er best wel veel gebruik gemaakt van deze diensten. In totaal hebben ze 75 vrijwilligers. Ze moeten heel erg weinig moeite doen om vrijwilligers te vinden.

Dit soort burgerinitiatieven, waarin bewoners zelf iets organiseren, zijn wel in staat om vrij gemakkelijk veel potentieel aan vrijwilligers te verzamelen. Er is wel een uitzondering: bestuursfuncties blijven lastig. Veel mensen zijn niet snel bereid om een bestuursverantwoordelijkheid te nemen om voor een langere tijd zich te binden aan een initiatief.

Verklaring voor succes?

Er spelen een aantal factoren mee in het succes van Austerlitz zorg. Als je aan zoiets begint, moet je zorgen dat er ook dingen gebeuren en dat je niet jarenlang enkel zit te overleggen. Belangrijk ook is om heel regelmatig onderzoek te doen naar de behoefte van de populatie.

Hoe ga je om met nieuwe organisatievormen?

Je ziet momenteel in Nederland allerlei nieuwe organisatievormen opkomen. Daar zit men soms mee gewrongen. Dan zegt men: “Vrijwilligersorganisaties zijn per definitie not for profit. Sociale ondernemingen passen daar niet bij.” De visie van NOV is dat het daar wel bij hoort en dat je moet kijken of die winst van de onderneming naar een privé-persoon gaat of wordt de winst uit de onderneming terug geïnvesteerd in de sociale doelen dat ze hebben. Maar je moet niet meer nagaan hoe het juridisch geregeld is, dat gaat steeds meer door elkaar heen lopen.

Hoe ga je er mee om als lokale overheid?

Je ziet dat het heel erg aan het schuiven is en dat de oude definities die we hanteren, volgens NOV eigenlijk helemaal niet werken in deze tijd. Je kan rigide zijn en zeggen dat het niet mag, maar er zijn natuurlijk een heleboel burgers die het toch gewoon doen. Dus moet je er slim mee omgaan, ook als lokale overheid. Daar zien we ook een groot verschil in hoe lokale overheden ermee omgaan. Sommige zijn heel streng en heel strikt. Alles moet via aanbestedingstrajecten gebeuren en niemand mag meedoen behalve de formele zorgaanbieders. In de andere gevallen verwelkomt de gemeente juist dat burgers zelf het initiatief nemen.

Right to challenge

‘Right to challenge’ betekent dat je als burger of als groep burgers de overheid mag uitdagen om te zeggen dat iets wat zij doen, wij als burgers beter en goedkoper kunnen doen. De overheid moet dat honoreren en hen de kans te geven om mee te doen in een aanbesteding. Een aantal gemeenten experimenteren hiermee.

Wat kunnen we hieruit leren voor Vlaanderen?

Ook in Vlaanderen zie je een toename van burgerinitiatieven en coöperatieven. Als overheid heb je instrumenten in handen om deze te stimuleren, te faciliteren en te ondersteunen, via subsidies, infrastructuur en reglementering. Ontdek hoe je dit best aanpakt op http://www.slimgeregeld.be.

Zorgcoöperaties zie je in Vlaanderen veel minder omdat de nood hier minder groot is. De overheid heeft zich hier niet massaal teruggetrokken uit de zorg. Wel werden in Vlaanderen tal van zorgnetwerken opgericht (www.ontknoop.be). Het is boeiend om te zien dat deze coöperatieven op verschillende plekken in Nederland ook echt goed draaien en dat ze daar op heel wat vrijwilligers beroep kunnen doen. Er stelt zich hierin echter een valkuil: wat als de overheid zich terugtrekt en je hebt onvoldoende trekkende personen in een gemeente? Hoe zorg je er voor dat de zorg toch wordt geleverd?