Besparingen

Hoe vertalen zich de besparingen in het Nederlandse vrijwilligersland?

Je zou kunnen stellen dat initiatieven en verantwoordelijkheden in de loop van de tijden verschoven zijn van de burgers naar de overheid, die in tijden van besparing meer in het idee van de vermarkting zijn gestapt, en nu zie je dat het weer meer op de burgers terecht komt (zie presentatie NOV).

Onderstaand schema geeft deze ontwikkeling duidelijk weer.

Daarvan zijn tal van voorbeelden, zoals de evolutie van de bibliotheken. Eerst startte dat als een initiatief van burgers, dan organiseerde de overheid dat, zocht diezelfde overheid naar manieren om nieuwe inkomsten te genereren voor de bibs (vb. door een restaurantfunctie in de bib te integreren), en nu trekt de overheid her en der haar middelen terug. Willen mensen eenbibliotheek, zullen ze het voortaan zelf moeten financieren.

Door de besparingen zie je een zich terugtrekkende overheid. Dat manifesteert zich in de periode van het jaar 2000.

Typerend

Bepaalde voorzieningen en diensten die voordien bijna als vanzelfsprekend als overheidsopdrachten werden beschouwd, worden nu eerder benaderd vanuit een economische optiek: het mag niet veel kosten en moet gebaseerd zijn op efficiëntie.

Het wordt wel anders aangepakt afhankelijk van de context, op het platteland tekenen zich andere ontwikkelingen af dan in stedelijke context, maar de basisgedachte blijft min of meer gelijk: hoe dingen in elkaar integreren en op elkaar afstemmen zodat het een zaak wordt van verschillende spelers op het terrein (samenleving, overheid, private spelers)

Er is echter niet altijd oog voor de consequenties (zoals de kwaliteit van de zorg, org voor kwestbare mensern,…), en er wordt niet altijd rekening gehouden met de vraag of de mensen de nodige de capaciteiten hebben om diensten en initiatieven zelf verder te zetten.

Leiden besparingen niet tot verdringing van arbeidsplaatsen?

Als de overheid bepaalde diensten niet langer aanbiedt maar overlaat aan de burgers, kan je niet altijd weten of er voldoende deskundigheid is om dat goed te doen.

Vanuit NOV bekijkt met het ietwat pragmatisch en beschouwen ze het niet zozeer als verdringing, maar als een aanvulling. Als betaalde medewerkers hun taken doen en aangevuld worden met onbetaalde medewerkers, kan dat leiden tot een goede synergie, op voorwaarde natuurlijk dat het op een goede manier gebeurt.

Er bestaat het gevaar op misbruik, dat ziet men in Nederland ook, dat werkgevers in zorg en onderwijs betaalde medewerkers vervangen door vrijwilligers. Dat staat los van competenties. Het is niet omdat een vrijwilliger een taak opneemt dat die minder deskundig zou zijn.

Wordt de eigenheid van het vrijwilligerswerk dan niet aangetast? Het lijkt dan meer op een vorm van tewerkstellingsmaatregel, die nog oplevert ook?

In Nederland zijn heel wat tewerkstellingsmaatregelen weg bezuinigd, waardoor organisaties en overheidsinstellingen die financiële druk ervaren, bijna geen andere keuze hebben dan vrijwilligers in te zetten.

Hoewel NOV in zekeremate begrip opbrengt voor deze ontwikkelingen, vanuit een zeekre realiteitszin, vinden ze het abslouut fout als het echt gaat om het schrappen van betaalde banen naar vrijwilligerswerk Dat kan niet. We zien dat het voorkomt, zowel in de private als de publieke sector, maar dat is dus verkeerd.

Er is een evolutie naar het model van de presterende overheid Dat is een tendens; binnen heel wat landen van de EU trouwens, dat de overheid meer dingen gaat uitbesteden aan marktspelers. Dat noemt men de presterende overheid.

De overheid sluit dan contracten met uitvoerders af om het werk of de dienst in hun plaats te doen. Er worden prestatie maatstaven gehanteerd. Het is een uitvloeisel van het idee dat de overheid niet alles zelf kan doen. De leidraad wordt dan efficiëntie.

Ook lokale overheden rollen het zogenaamde netwerkmodel mee uit.

Het uitgangspunt is nu vaak: wat zijn de sociale vraagstukken waarop een antwoord geformuleerd moet worden en wie kunnen hierin partners zijn om dat op te lossen?

Het begrip responsieve overheid doet zo zijn intrede; waarin de samenleving centraal staat en de overheid kijkt waar die nog iets zou moeten toevoegen. Het baseert zich op de veerkracht van de samenleving. De overheid probeert die veerkracht te bewaren, en grijpt in als nodig. De overheid is een van de partijen die zorgt dat de veerkracht stand houdt en daar ingrijpt waar het echt nodig is.

Het komt erop neer dat de rollen die men opneemt, van vorm en inhoud veranderen, niet dat de rollen per definitie zijn uitgespeeld.

Vrijwilligerswerk als slachtoffer van de bezuinigingen?

Er zijn nog een aantal Nederlandse gemeenten die nog inzetten op het thema vrijwillige inzet als dusdanig, maar in veel gemeenten is het een onderdeel geworden van een groter geheel, en wordt het ingepast binnen zorgbeleid, het informele zorgbeleid of participatiebeleid of activeringsbeleid of buurtbeleid.

Het vrijwilligerswerk is dus effectief een slachtoffer van het bezuinigingsbeleid; vrijwilligers zijn functioneel in het kader van zorgbeleid, er wordt niet langer geïnvesteerd in vrijwilligersbeleid, het gemeentelijk beleid terzake wordt niet geactualiseerd,..

Vanuit NOV wil men de Nederlandse overheid ertoe aanzetten terug werk te maken van overkoepelend of toekomstbestendig vrijwilligersbeleid, want integraal klinkt heel moeilijk.